Academische Rijkunst

 

De paarden zijn al eeuwen lang bij ons. Het goed kunnen berijden van een paard was vroeger van levensbelang. Het samenwerken met je paard was van levensbelang omdat anders je tegenstander  jouw met zijn zwaard kon uitschakelen. Dat is voor ons bijna niet meer voor te stellen.

Door de eeuwen heen waren er verschillende grootmeesters. Zij hebben de kunst, het nut van het rijden en de paarden types helemaal uitgeplozen, bestudeerd en overgedragen. In grote lijnen waren dit de belangrijkste grootmeesters:

Jaren: Grootmeesters Land:

430-354 v. Chr               Xenophon                                               Portugal/Griekenland

1530-1610                        De La Broue                                           Frankrijk

1555-1620                        Pluvinel                                                  Frankrijk

1592-1676                        Newcastle                                              Engeland

1687-1751                        Gueriniere                                              Frankrijk

1713-1789                        Marialva                                                 Portugal/Griekenland

1755-1817                        Andrada                                                  Portugal/Griekenland

1796-1873                        Baucher                                                  Frankrijk

1808-1885                       Steinbrecht                                            Duitsland/Denemarken1

1924-1987                        Nuno Oliveira                                       Portugal/Griekenland

1923-2004                       von Neindorff                                       Duitsland/Denemarken

 

Wat is het verschil tussen vroeger en nu?

  • Zitlessen?

Om te beginnen zijn de rij opleidingen van nu en vroeger al niet meer met elkaar te vergelijken. De koningen gingen vroeger minstens 6 tot 8 uur per dag aan de longeerlijn voor zitlessen. Als wij nu 3 tot 4 uur paardrijden per  dag,  is dat gemiddeld genomen al veel.

  • 2 handig rijden?

Dat deden ze vroeger niet, ze hadden immers 1 hand nodig voor hun wapen.

    Lichtrijden?

Dat deden ze vroeger niet, buiten dat de outfit en het harnachement het niet toe lieten, raak je door het lichtrijden ook het contact met het paard kwijt dat je nodig hebt voor de intensieve samenwerking . Het lichtrijden werd pas ingevoerd   toen bijna alle koningen uitgestorven waren en de boerenknullen van het land werden gehaald om te paard oorlog te voeren. Tijd om ze goed te leren paardrijden was er niet, met als oplossing maar gewoon lichtrijden.

  • Draven?

Dat deden ze vroeger alleen om zich van A naar B te verplaatsen. Piaff, Passage en verzamelde galop waren meer de gangbare gangen.

  • Sprongen boven de aarde?

Dat was vroeger heel normaal, nu zien we het alleen nog gebeuren als het niet bepaald de bedoeling is (een paard in het nauw kan rare sprongen maken). Of het paard is in een vrolijke bui zonder dat er een ruiter op zijn rug zit en maakt de capriool uit zichzelf, zoals bijvoorbeeld veulentjes zo mooi kunnen doen.

Courbette,  Kapriool en  Croupade

 
Sinds 2005 is mijn zoektocht in de Academische Rijkunst actief geworden. Mijn lessen van Bent Branderup zijn toen begonnen. Deze weg van balans, harmonie, respect, samenwerking is het mooiste wat een mens en een paard kan overkomen.

Deze zoektocht naar verfijning is, ik zou bijna zeggen gelukkig, nog lang niet ten einde.